Bannerafbelding Project Vesalius
Unieke functiemix in bruisende studentenstad

“Het Vesalius-project is een schoolvoorbeeld van ruimtelijke beleving”

Op het knooppunt van de Vesaliusstraat, de Tiensestraat en de Brabançonnestraat – vlak naast de gebouwen van Groep T – bevond zich lang een gesloten, onaantrekkelijke site die de gevoelsmatige uitbreiding van het Leuvense stadscentrum danig in de weg stond. Op enkele zeventiende- en achttiende-eeuwse gevels na maakte de bestaande bebouwing plaats voor een grootschalig totaalproject met onder meer zestig studentenkamers en 68 appartementen, een universitair auditorium, twee filmzalen, een resem kantoor- en winkelruimtes en horecafaciliteiten. Het resultaat: een multifunctioneel complex dat architecturale kwaliteit, sociale dynamiek en slim ruimtegebruik op doordachte wijze verenigt.

Een gemengde binnenstedelijke realisatie met een mix van nieuwbouw en restauratie in het centrum van een eeuwenoude, maar springlevende stad als Leuven: het is zeker geen alledaagse kost. Het Vesalius-project kende dan ook een aparte voorgeschiedenis. “Dat het voortraject veel meer tijd in beslag nam dan de eigenlijke uitvoering, zegt op zich al voldoende. Gezien de omvang en de ligging van de site speelden er heel wat randvoorwaarden en was het aantal stakeholders erg groot”, vertelt Kristof Vanfleteren, CEO bij projectontwikkelaar ION, dat samen met Immobel optrad als bouwheer. “Voor ons hebben heel wat andere ontwikkelaars hun tanden stukgebeten op dit beladen dossier. Het gros van de site behoorde toe aan vzw De Gilde Van Ambachten en Neringen, de vastgoedpoot van Groep T die alle gronden systematisch had opgekocht om op termijn zelf te kunnen uitbreiden. Door de integratie van Groep T in de KU Leuven was dit echter niet langer aan de orde en kon het patrimonium vermarkt worden. Wij kwamen op het juiste moment met een goed plan op de proppen.”


Het oorspronkelijke uitgangspunt voor de reconversie van de 30.000 m² grote site was een masterplan van BUUR. Dit zag er echter helemaal anders uit dan wat in de praktijk gerealiseerd is. “Zo zouden het auditorium en de cinemazalen bovengronds gebouwd worden, waardoor het ontwikkelbare potentieel van het terrein zeer beperkt zou zijn”, aldus Vanfleteren. “Gelukkig konden we de nodige conceptuele aanpassingen doorvoeren. We hebben het ontwerp samen met architect John Eyers geoptimaliseerd, al dienden we hierbij wel rekening te houden met een belangrijke eis van Groep T. Gezien het internationale karakter van de school, moesten er ook ontwerpers uit India, China en Ethiopië betrokken worden bij het project. Het ontwerp kreeg definitief vorm via een reeks interactieve workshops – een traject dat ruim anderhalf jaar in beslag nam.”

Het Vesalius-project bevindt zich midden in het bruisende Leuvense stadscentrum.

Het project

De vraag: gemengde ontwikkeling met onderwijs-, woon- en handelsfunctie

Het Vesalius-project blinkt uit door zijn specifieke functiemix. Een expliciete eis van het stadsbestuur, dat maar al te goed besefte dat het zaak was om het zuidoostelijke gedeelte van de Leuvense binnenring nieuw leven in te blazen. “De Vesaliusstraat was lang de gevoelsmatige grens van het historische centrum. Wie niet naar de les moest, had er weinig te zoeken – dat was zelfs ‘in mijn tijd’ al het geval. Met het Vesalius-project wilde de stad ook in het tweede deel van de Tiensestraat een unieke sociale dynamiek creëren”, legt architect John Eyers (CEO bij Jaspers-Eyers Architects) uit. Het ruimtelijke structuurplan stipuleerde dat de site absoluut een onderwijsfunctie moest bevatten, inclusief een gemengd woon- en handelscomplex. “De onderlinge interactie tussen de plaatselijke bewoners, de handels- en horecazaken en de af en aan lopende studenten moest ervoor zorgen dat er een nieuw bruisend stadsdeel ontstond.”


Het bleef echter niet bij een auditorium, diverse woningen en tal van handels- en horecazaken. Het complex biedt immers ook plaats aan twee filmzalen van Cinema ZED. “We zijn in 2002 zeer kleinschalig begonnen als ‘Leuvens filmhuis’ voor cinefielen – met slechts één filmzaaltje in kunstencentrum STUK – maar zagen ons filmaanbod fors uitbreiden na de sluiting van de Studio Filmtheaters (2010) en hadden plots nood aan extra zalen”, vertelt Johan Van Schaeren, algemeen coördinator bij Fonk vzw, dat Cinema ZED uitbaat. “In eerste instantie bleek een bioscoop op de site veel te duur, maar naderhand heeft toenmalig burgemeester Louis Tobback het idee nieuw leven ingeblazen door te opperen dat we de krachten konden bundelen met de universiteit. Hoewel we wat water bij de wijn moesten doen en vrede moesten nemen met twee nieuwe filmzalen in plaats van drie, zagen we dat wel zitten en is het plan uiteindelijk ook zo uitgewerkt.”

De oplossing: optimaal ruimtegebruik dankzij ondergronds bouwen en levendig binnengebied 

Vermits al snel duidelijk werd dat het moeilijk zou worden om de beoogde functiemix volledig bovengronds te realiseren, besliste het projectteam om het auditorium en de filmzalen onder te brengen op de ondergrondse verdieping. “Een cruciale beslissing”, benadrukt Kristof Vanfleteren. “De verplichte onderwijsfunctie was lang de achilleshiel van het project, maar via de bouw van het ondergrondse auditorium (capaciteit: 750 personen) hebben we die eis uitstekend ingevuld. Door ook de filmzalen en de kantoren van Fonk vzw op niveau -1 te vestigen, gaven we de zone onder het maaiveld een extra dimensie.” Bovendien hebben studenten en cinemabezoekers allerminst het gevoel dat ze in een kelder terechtkomen. “Via de uitstekende integratie van de brede inkompartij hebben we er namelijk voor gezorgd dat het erg natuurlijk aanvoelt om vanuit de Vesaliusstraat de trap naar beneden te nemen”, aldus John Eyers.


De gevels bestaan uit vlakke, keramische platen in drie zandkleurige tinten.Een aantrekkelijke functiemix realiseren is één zaak, maar het kwam er uiteraard ook op aan om het project te verankeren in de binnenstedelijke omgeving. Dat was een complexe oefening, geeft Eyers aan: “Dynamiek was het codewoord. We zijn op zoek gegaan naar referentiepunten in de omgeving, en die vonden we in de eerste plaats in het aanpalende Groep T-gebouw. Door de yin-yangfilosofie toe te passen en te extrapoleren naar het nieuwe project, kwamen we tot het allesomvattende basisidee: waar de dynamiek in het Groep T-gebouw integraal voortvloeit uit het heldere, centrale atrium, fungeert een donkerkleurig buitenatrium als spil van het Vesalius-complex. We hebben het bovengrondse gedeelte met woningen en horecazaken gegroepeerd rond een aantrekkelijke binnenstraat – inclusief fraaie zichtlijnen – om de site een open, doorwaadbaar karakter te geven. Tot slot hebben we enkele zeventiende- en achttiende-eeuwse gevels langs de Tiensestraat in ere hersteld en naadloos geïntegreerd in de ontwikkeling.”

 

 

De uitvoering: een bouwkundig huzarenstukje

De realisatie van het Vesalius-project was een bouwkundig hoogstandje. Detaillistische architectuur met zeer strikte toleranties, een 12 meter diepe beschoeiing vlak achter de bewaarde historische gevels, 60.000 m³ grondverzet in een zeer natte periode, voorgespannen I-liggers met een lengte van 30 meter door het smalle Leuvense centrum manoeuvreren, verschillende gevels met een specifieke maatvoering realiseren, de drukke omgeving met enorm veel trafiek managen, weinig tot geen stockageruimte op de werf, het ingewikkelde stabiliteitsvraagstuk: de uitdagingen waren legio voor aannemer Houben. Bovendien was de uitvoeringstermijn bijzonder kort. Al bij al namen de werken slechts 24 maanden in beslag.


Naar buiten toe zijn het vooral de gevels die het Vesalius-complex een bijzonder karakter geven. “Ze bestaan niet uit monochroom metselwerk, maar uit vlakke, keramische platen in drie zandkleurige tinten. Dit resulteert in speelse en luchtige façades, die er samen met het kwalitatieve binnengebied voor zorgen dat er geen sprake is van ‘achtergevels’”, verduidelijkt architect John Eyers. De maatvastheid van de keramische panelen vergde het nodige denkwerk van de aannemer, die gebruikmaakte van enkele niet-alledaagse constructiemethodes. Zo is het cirkelvormige auditorium omgeven door 12 meter hoge wanden uit stortbeton, die in één keer over de volledige hoogte gegoten zijn met behulp van speciale bekistingen. Daarop zijn voorgespannen I-liggers met een lengte van dertig meter en een hoogte van 1,6 meter geplaatst.

Dankzij de luchtige, speelse façades en het kwalitatieve binnengebied is er geen sprake van achtergevels
 

Wat beter kon: nog een tikkeltje meer sfeer en dynamiek

Het mag duidelijk zijn: de teneur is positief. Maar zijn er zaken die (nog) beter hadden gekund? “Uiteraard, maar dat is eigen aan grootschalige architectuurprojecten”, weet John Eyers uit ervaring. “De ideale wereld bestaat niet, en dus moet je hier en daar compromissen sluiten, bepaalde ideeën laten varen, nieuwe zaken inpassen … Achteraf bekeken hadden we misschien nog wat extra dynamiek kunnen creëren op de ondergrondse verdieping, bijvoorbeeld door er eveneens een horecazaak in te richten. Eens de lessen begonnen en de films gestart zijn, is het er een beetje te stil naar mijn zin. Ook de dunne strook beglazing tegen het plafond aan het uiteinde van de gang zou ik nog een beetje uitdiepen, zodat er een echte interactie kan ontstaan tussen het ondergrondse niveau en het bovenliggende binnengebied. Maar dat zijn uiteraard details. Ik stel met plezier vast dat het eindresultaat zeer dicht aanleunt bij het ideaalbeeld dat we destijds voor ogen hadden.”


“Wij zouden het uitzicht van de inkomhal misschien nog wat veranderen”, geeft Johan Van Schaeren aan. “We krijgen soms de opmerking dat ze een beetje kil aanvoelt. Een gevolg van de strakke architectuur en het vele zichtbeton, en uiteraard ook van onze eigen keuze om de infrastructuur te delen met de universiteit. Al doet dat natuurlijk niets af aan de intrinsieke kwaliteiten van het Vesalius-project. En door onze onthaalruimte wat sfeervoller aan te kleden met zeteltjes, tapijtjes en leuke affiches kunnen we de Leuvense filmliefhebber toch op een aangename manier verwelkomen. De balans is hoe dan ook positief!”

De troeven

Place to be die hele buurt opwaardeert

Het unieke elan van de Vesalius-site resulteert uit een combinatie van verschillende aspecten: de publieke toegankelijkheid en de focus op levenskwaliteit (zichtassen naar omringende gebouwen zoals de kapel van het Leo XIII-college, de doorwaadbaarheid van de site, volumetrische inplanting in functie van een kwalitatief binnengebied …), de integratie van diverse functies (behalve wonen en onderwijs ook cinema, kleinhandel, horeca …) en het markante gevelontwerp (geen achtergevels, driekleurig uiterlijk in plaats van dode monochrome omgeving, contrast met uniformiteit van de omliggende gebouwen met eigen identiteit …). “Kortom: het project beperkt zich niet tot de zone tussen de Vesaliusstraat, de Tiensestraat en de Brabançonnestraat, maar reikt een stuk verder omdat het de volledige omgeving betrekt bij zijn architecturale, visuele en functionele werking. Het contrast tussen de meerkleurige Vesalius-gevel en het uniforme karakter van de aanpalende structuren maakt dat de omringende volumes beter tot hun recht komen”, vat John Eyers samen.

Het project beperkt zich niet tot de eigenlijke site, maar reikt een stuk verder omdat het de volledige omgeving betrekt bij zijn architecturale, visuele en functionele werking

“Dankzij het Vesalius-project is een buurt die jarenlang gemeden werd in een mum van tijd uitgegroeid tot een heuse place to be. We hebben eens te meer beseft dat je via gemengde projecten die inzetten op ruimtelijke beleving de grootste toegevoegde waarde kan creëren”, vult Kristof Vanfleteren aan. Ook Johan Van Schaeren gewaagt van een geslaagde realisatie: “Het heeft even geduurd vooraleer het publiek zijn weg vond naar onze nieuwe zalen, maar intussen zijn we in onze categorie de grootste cinema in Vlaanderen. Wat ik vooral positief vind aan het project, is dat er heel lang en goed over nagedacht is. Ik herinner me dat Louis Tobback me vertelde: ‘Toen ik in 1995 aantrad, was dit het eerste stadsvernieuwingsproject waar ik me over gebogen heb’. Uiteindelijk heeft het dus 21 jaar geduurd vooraleer Vesalius een feit was. Het heeft echter geloond, want de beoogde functiemix werpt wel degelijk zijn vruchten af.”

Vesalius-complex; doordachte mix van wonen, winkelen en werken

Het Vesalius-project is doordacht geïntegreerd in de Leuvense binnenstad. De zichtassen zijn geënt op de nabijgelegen historische gebouwen

Kaderstuk: akoestisch hoogstandje

FilmzaalAkoestiek was een cruciaal aandachtspunt bij de realisatie van de nieuwe filmzalen van Cinema ZED. “We mogen uiteraard geen hinder ondervinden van de drukke omgeving, de studenten, de bewoners, de bezoekers van de horecazaken, enzovoort, maar zij ook niet van ons. We hebben dan ook geopteerd voor een box-in-boxconstructie, wat toch wel bijzonder is voor een bioscoop”, legt Johan Van Schaeren uit. De cinemazalen beschikken over een dubbele schil – beton aan de buitenkant, metselwerk aan de binnenkant – met tussenliggende isolatie en een afwerking met akoestische doeken. De binnenmuren rusten op rubberen blokken die akoestische demping creëren. “Dit maakt dat onze zalen quasi volledig geluidsdicht zijn en dat de diepe tonen die onze krachtige subwoofers verspreiden geen geluidsoverlast veroorzaken. Deze akoestische performantie maakt dat we in de filmwereld tot de beste cinema’s van het land gerekend worden.” 

Technische fiche

Datum oplevering: 2016 
Ligging: Andreas Vesaliusstraat 1 – 3000 Leuven
Opdrachtgevers: Immobel en ION
Ontwerpteam: Jaspers-Eyers Architects
Omvang: Zestig studentenkamers, 68 appartementen, universitair auditorium, twee filmzalen, kantoor- en winkelruimtes, horecafaciliteiten, ondergrondse parking
Aannemer: Houben

Foto's
Vesalius-complex; doordachte mix van wonen, winkelen en werken
Johan Van Schaeren
zeventiende- en achttiende-eeuwse gevels
zes bouwblokken die gegroepeerd zijn rond een gezellige binnenstraat.
Kristof Vanfleteren (ION)
Brede inkompartij
Horecazaak
Vesalius site
John Eyers (Jaspers-Eyers Architects)
Cinema ZED deelt zijn inkomhal met de KU Leuven
Dankzij de overvloedige natuurlijke lichtinval in de gang naast het auditorium waan je je niet op een ondergrondse verdieping.
Het cirkelvormige auditorium biedt plaats aan 750 studenten.