Vergunningen 1962-2016: Nieuwe kantoorgebouwen steeds verder gelegen van treinstations

Voor de periode 1962-2016 werd de vergunningendatabank voor heel Vlaanderen in een studie van het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid geanalyseerd. Die databank bevat meer dan 3,5 miljoen stedenbouwkundige vergunningsaanvragen, en indien verkavelingsaanvragen, planologische attesten en alle andere types worden meegenomen zelfs 4,3 miljoen. Een kwantitatieve analyse levert inzichten op over decentraliseringsprocessen, nieuwbouw vs. renovatie en de impact van het beleid. De vergunningendatabank bevat de gegevens van de vergunningenregisters van de verschillende Vlaamse gemeenten.  

Lange termijntrends

Doordat de vergunningendatabank de periode 1962-2016 omvat, kunnen we die aanwenden om lange termijntrends in kaart te brengen. Zo blijkt uit de analyse van het veld ‘onderwerp van de aanvraag’ dat het aantal aanvragen voor ‘fietspad’ stijgt, net zoals voor ‘verharding’ of ‘paardenstal’, terwijl ‘koeienstal’ een dalende trend vertoont de laatste decennia.

Uiteraard moeten interpretaties gebeuren in relatie tot de (wijzigende) regelgeving voor de vergunningen. Wat niet (meer) vergunningsplichtig is, kunnen we niet (meer) als lange termijntrend analyseren met de vergunningendatabank. Zo besliste de Vlaamse Regering in juli 2010 dat voor bepaalde werken zoals tuinhuizen, schuilhokken, zwembaden, zonnepanelen, veranda’s en afsluitingen, onder bepaalde voorwaarden niet langer een stedenbouwkundige vergunning nodig was. Voor sommige van die kleine werken geldt wel een meldingsplicht. Dat heeft geleid tot een terugval van het aantal vergunningsaanvragen met zo’n 20.000 per jaar.

Ruimtelijke decentraliseringsprocessen

Over de periode 1962-2016 werd ook de afstand tussen de locatie voor een residentiële nieuwbouw en het dichtstbijzijnde station gemeten. Zo krijgen we een zicht op ruimtelijke decentraliseringsprocessen. In de jaren ’90 nam de afstand in vogelvlucht tot het dichtstbijzijnde treinstation en nieuwbouw eengezinswoningen en appartementen toe tot respectievelijk meer dan vier km en bijna vijf km. Terwijl aanvragen voor nieuwbouw eengezinswoningen (gemiddeld 4,2 km in 2016) en appartementen (gemiddeld 3,5 km in 2016) niet langer steeds verder van stations zijn gesitueerd, zien we dat de gemiddelde vogelvluchtafstand tussen het dichtstbijzijnde treinstation en een nieuw kantoor steeds maar toeneemt tot bijna 4 kilometer. Deze trend is niet bevorderlijk voor het treingebruik voor woon-werkverkeer.

afstand treinstations

Patronen in tijd en ruimte

De vergunningendatabank toont duidelijk aan dat er in verhouding meer aanvragen zijn voor renovaties in stedelijke gebieden dan daarbuiten. Daarnaast is er een duidelijk oost/west patroon zichtbaar, waarbij er relatief meer aanvragen zijn voor nieuwbouw in het oosten van Vlaanderen in vergelijking met het westen. Dat hangt samen met de beschikbaarheid van bouwgrond en met de ouderdom van het woningenbestand, dat gemiddeld genomen jonger is in het oosten.
aanvragen nieuwbouw vs verbouwing

Beslissingen en beroepen

De meeste stedenbouwkundige vergunningsaanvragen nl. iets meer dan 87% werd door de gemeente vergund. Dat percentage blijft zeer constant in de tijd. Er wordt voornamelijk tegen weigeringen in beroep gegaan nl. bij zo’n 22% van de dossiers die in eerste aanleg werden geweigerd. In bijna de helft van die gevallen wordt de weigering omgezet in een vergunning.

Raadpleeg de volledige studie ‘Vergunningenbeleid in Vlaanderen - Kwantitatieve analyse van de vergunningendatabank’.

Persinfo:

Brigitte Borgmans,
Woordvoerder Departement Omgeving

T 02 553 62 68  |  M 0473 73 28 30
brigitte.borgmans@vlaanderen.be